© The Ghost Research Team !

2010

 

The Ghost Research Team !

Ghosthunters visit and investigate

Ghosthunters don't take or destroy anything

Ghosthunters only leave an impression and a thought

St.Anna Ter Muiden

 

 

 

 

Het complex werd gebouwd door Marguerite Van Loo, die getrouwd was met Baron Leon Cox. Zij gaven het de Franse naam La Pommeraie, hoogstwaarschijnlijk vanwege de appelboomgaard rond het huis.De achtbare familie heeft er niet lang gewoond.

 

De nieuwe bewoners hadden de Franse nationaliteit: Les Soeurs de la Providencede Rouen (de Zusters van de Voorzienigheid). Ze waren in 1907 naar Brugge verbannen en kochten het pand in Sluis vijf jaar later aan voor het onderbrengen van het noviciaat. Ook enkele zusters die gelofte hadden afgelegd kwamen er wonen, zoals de overste, de novice meesteres en een zuster die instond voor de studies.


Tijdens de Eerste Wereldoorlog voorzagen de zusters in hun levensonderhoud door handenarbeid. Ze verleenden huisvesting aan Duitse religieuzen van diverse congregaties, die naar Nederland waren uitgeweken. Tijdens de oorlogsjaren was communicatie met het moederklooster in Brugge niet mogelijk. Door de stopzetting van de vijandelijkheden in begin 1919 arriveerden nieuwe novicen in Sluis. De paters Franciscanen - ook bannelingen - verzorgden de diensten.In 1923 trok het noviciaat terug naar Frankrijk. Het huis werd daarna nog wel bewoond door enkele zusters. Het diende als rusthuis voor oudere zusters en ook studerenden kwamen er van een verlof genieten. Het huis bleef tot 1928 eigendom van de congregatie. Het moederklooster werd toen ingeplant in het diocees van herkomst te Mesnil-Esuard in de buurt van Rouen. Zusters Dominicanessen uit Brugge kochten toen het huis aan als rusthuis voor hun zusters die teruggekeerd waren uit de missielanden. Het huis kreeg de naam Heilig Hart ter Ruste. Hun rustdagen stelden de zusters ten dienste van gehandicapte kinderen. Er waren echter zo weinig zusters, dat al vrij snel besloten werd het huis weer beschikbaar te stellen voor aan andere bewoners.


In 1934 werd het aangekocht door de Congregatie van de Zusters der Kindsheid van Maria ter Spermalie. Het aantal kinderen groeide snel en er werd gezocht naar een vorm van opleiding en onderwijs. Een klaslokaaltje werd ingericht en zo werd de eerste stap gezet voor het lezen en schrijven. Dit ging zo zijn gangetje tot het oorlogsgeweld uitbrak. Kinderen en zusters vonden een veiliger plek in het moederklooster in Brugge.Na een kort verblijf aldaar keerden ze terug, tot in mei 1944. Ze verschaften onderdak aan de zusters Franciscanessen van Dongen, die een parochiale school hadden in de Brugstraat in Sluis en die hun klaslokalen moesten afstaan. Ook de drie overgebleven broeders van de buiten Sluis gelegen Ecole Chrétiennes te St. Omer vonden er onderdak.Op 17 mei 1944 diende het gebouw ontruimd te worden. De kinderen werden met wagens van het Rode Kruis naar Brugge gebracht. De Providence diende als post van het Rode Kruis.


Eind 1946 betrokken de zusters opnieuw het pand en de kinderen namen er weer hun intrek. Aan het begin van dit verblijf waren de openbare diensten als gemeente, distributie, veiligheidsdienst, HARK (Hulp Actie Rode Kruis) ondergebracht in het hoofdgebouw. Pas in 1950 betrok de gemeente een noodkantoor bij het Belfort.De opvang van kinderen groeide uit en geleidelijk kwamen er steeds meer leken in dienst. Het beheer kwam in handen van een VZW (vereniging zonder winstoogmerk) en uiteindelijk verhuisde in 1987 het tehuis naar het Belgische Oedelem. Vanaf die tijd staat het gebouw leeg en vervallen. Het wacht nog steeds op een bestemming.